De Roerdomp is een middelgrote, gedrongen, geelbruine reiger met een relatief korte, dikke nek, losse keelveren en relatief korte poten. De bovendelen vertonen een ingewikkeld patroon van zwarte V-vormige tekeningen op een lichtbruine grondkleur. De onderdelen zijn lichter met duidelijkere lengtestrepen. De soort is zelden vliegend te zien. In vlucht ziet hij er plomp uit met brede vleugels en korte en vooral niet gebogen nek. In de broedgebieden produceert de soort een kenmerkende en ver dragende zang die bestaat uit een diep keelgeluid dat aan een misthoorn doet denken. De Roerdomp broedt bij voorkeur in uitgestrekte, voldoende natte rietmoerassen met zuiver water en een stabiele waterstand. Hij houdt zich overdag goed verscholen in de moerasvegetatie waar hij volledig vertrouwt op zijn verenkleed om onopgemerkt te blijven. Bij benadering neemt hij bovendien een paalhouding aan zodat hij volledig opgaat in de rietomgeving. Het foerageren gebeurd vroeg in de morgen, en in de avondschemering langs meer open water. Het voedsel bestaat vooral uit visjes, amfibieën en ongewervelden. De roerdomp is zowel een trek- als standvogel, sommige roerdompen blijven, andere trekken weg. Onderzoek met gezenderde vogels maakt duidelijk dat ze soms best ver reizen en lang niet altijd dezelfde bestemming hebben. Ook zijn er roerdompen die in Noord- en Oost-Europa broeden en ’s winters naar ons komen.